SPACES: een inclusieve buitenruimte waarin ieder kind kan meedoen

Hoe zorgen we ervoor dat ieder kind kan spelen en sporten in de openbare ruimte? SPACES onderzoekt welke barrières kinderen met een beperking of chronische ziekte ervaren. Samen met kinderen, ouders, ontwerpers, onderzoekers en maatschappelijke partners worden inclusieve oplossingen ontwikkeld en getest in de Utrechtse living labs Merwede en Cartesius.

Een inclusieve buitenruimte waarin ieder kind kan meedoen

Spelen, sporten en andere kinderen ontmoeten zijn belangrijk voor de ontwikkeling van ieder kind. Toch is meedoen in de openbare ruimte niet voor alle kinderen vanzelfsprekend. Speelplekken, parken en sportvoorzieningen zijn vaak onvoldoende toegankelijk, bruikbaar of uitdagend voor kinderen met een beperking of chronische ziekte.

Het project SPACES onderzoekt hoe de stedelijke buitenruimte zo kan worden ontworpen dat alle kinderen er samen kunnen spelen en sporten. Niet de beperking, maar de mogelijkheden, wensen en talenten van kinderen staan daarbij centraal.

SPACES staat voor Supporting Participation and Accessibility for Children with a disability or a chronic disease through Empowering infrastructure Solutions in urban physical space. Het project brengt kennis uit onder meer gezondheid, revalidatie, stedenbouw, geografie, ontwerp en gedragswetenschappen samen.

Van toegankelijk naar werkelijk inclusief

Een toegankelijke speelplek is niet automatisch een inclusieve speelplek. Een kind kan een locatie misschien wel bereiken, maar er vervolgens niet zelfstandig spelen, niet worden uitgedaagd of nauwelijks samen met andere kinderen activiteiten ondernemen.

SPACES kijkt daarom verder dan fysieke toegankelijkheid. Ook de speelwaarde, sociale interactie, veiligheid, aantrekkelijkheid en mogelijkheden om zelfstandig mee te doen worden meegenomen. Het uiteindelijke doel is een buitenruimte waarin verschillen tussen kinderen vanzelfsprekend zijn en ieder kind zich welkom voelt.

Door kinderen met en zonder beperking samen te laten spelen en sporten, wil het project niet alleen de fysieke omgeving verbeteren. Het draagt ook bij aan meer onderling begrip, een andere beeldvorming en een inclusievere samenleving.

Kinderen denken en ontwerpen mee

Kinderen zijn binnen SPACES niet alleen deelnemers aan het onderzoek. Hun ervaringen, behoeften en ideeën vormen het vertrekpunt voor de ontwikkeling van oplossingen.

In creatieve focusgroepen, gesprekken en observaties wordt onderzocht:

  • hoe kinderen de openbare ruimte gebruiken;
  • welke fysieke en sociale barrières zij ervaren;
  • welke plekken en elementen juist helpen om mee te doen;
  • wat kinderen nodig hebben om samen te kunnen spelen en sporten.

Daarbij worden kinderen met en zonder beperking of chronische ziekte betrokken. Ook ouders, ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals, ontwerpers, gemeenten en maatschappelijke organisaties leveren hun kennis en ervaring.

Van onderzoek naar concrete oplossingen

SPACES bestaat uit drie inhoudelijke onderdelen die nauw met elkaar verbonden zijn.

Barrières en kansen in kaart brengen
Eerst wordt onderzocht wat al bekend is over inclusief spelen en sporten in de openbare ruimte. Daarnaast worden bestaande speel- en sportplekken geobserveerd en beoordeeld. Met kinderen, ouders en andere betrokkenen wordt verkend waarom bepaalde plekken wel of niet uitnodigen tot deelname.

Hierbij wordt niet alleen gekeken naar bereikbaarheid, maar ook naar speelwaarde, gebruiksgemak, sociale interactie en de mate waarin kinderen worden uitgedaagd.

Samen ontwerpen, testen en verbeteren
Op basis van deze inzichten ontwikkelen kinderen, onderzoekers, ontwerpers en andere betrokkenen gezamenlijk nieuwe oplossingen. Dat kunnen aangepaste speelelementen zijn, maar ook nieuwe manieren om een park, plein, route of sportplek in te richten.

De ideeën worden uitgewerkt tot prototypes en vervolgens in de praktijk getest. De ervaringen van kinderen worden gebruikt om de ontwerpen stapsgewijs te verbeteren. Zo ontstaat een iteratief proces van bedenken, maken, uitproberen en aanpassen.

Kennis en ervaringen delen
Binnen het project wordt ook een interactief communityplatform ontwikkeld. Hier kunnen ontwerpers, gemeenten, onderzoekers, ouders, kinderen en maatschappelijke organisaties kennis, ervaringen, voorbeelden en ontwerpprincipes delen.

Het platform moet samenwerking tussen verschillende vakgebieden stimuleren en ervoor zorgen dat de opgedane kennis ook na afloop van het project beschikbaar blijft.

Testen in Merwede en Cartesius

De ontwikkelde oplossingen worden onder meer toegepast en onderzocht in de Utrechtse living labs Merwede en Cartesius. Deze gebieden bieden de mogelijkheid om inclusief ontwerp direct te verbinden aan de praktijk van stedelijke gebiedsontwikkeling.

Voor en na de toepassing van een ontwerp of interventie wordt gekeken naar de speelwaarde en inclusiviteit van de ruimte. Ook wordt onderzocht hoe kinderen de plek daadwerkelijk gebruiken, hoeveel zij bewegen en hoe zij met andere kinderen omgaan.

Bewoners en kinderen uit de gebieden worden betrokken bij het ontwerp en de evaluatie. Zo ontstaat inzicht in wat niet alleen op papier inclusief lijkt, maar in de praktijk ook werkelijk werkt.

Wat gaat SPACES opleveren?

Het project levert kennis op over het gebruik van de stedelijke buitenruimte door kinderen met en zonder beperking. Daarnaast worden de belangrijkste barrières, bevorderende factoren en mogelijke oplossingen voor inclusief spelen en sporten in kaart gebracht.

De resultaten worden vertaald naar onder meer:

  • richtlijnen en factsheets voor inclusief ontwerp;
  • prototypes van inclusieve speel- en sportelementen;
  • ontwerpprincipes voor de stedelijke buitenruimte;
  • kennis voor gemeentelijk beleid en gebiedsontwikkeling;
  • kennis voor onderwijscursussen en programma’s van toekomstige ontwerpers en stedenbouwkundigen;
  • een interactief communityplatform.

Hiermee wil SPACES ervoor zorgen dat inclusiviteit eerder en vanzelfsprekender wordt meegenomen bij het ontwerpen, realiseren en beheren van stedelijke buitenruimtes.

Brede samenwerking

SPACES wordt geleid door de Universiteit Utrecht en uitgevoerd met een breed consortium van kennisinstellingen, overheden, ontwerpers, bedrijven, zorgorganisaties, maatschappelijke partijen en ervaringsdeskundigen. Onder andere Hogeschool Utrecht, TU Delft, UMC Utrecht/Wilhelmina Kinderziekenhuis, gemeente Utrecht, Empower Mij Projecten, INK Social Design Bureau, MUST, LAPPSET, Stichting Mensenkenners, Stichting het Gehandicapte Kind, Sport Utrecht, Solgu, Speelnatuur en het Wheelchair Skills Team zijn betrokken.

Deze brede samenwerking is noodzakelijk omdat een werkelijk inclusieve buitenruimte niet vanuit één vakgebied kan worden gerealiseerd. Kennis over kinderen, gezondheid en participatie moet vanaf het begin worden verbonden met stedenbouw, ontwerp, beleid, beheer en uitvoering.

Betrokkenheid van de Data- en Kennishub

De Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven is via het living lab Cartesius bij SPACES betrokken. Cartesius biedt een praktijkomgeving waarin onderzoek, gebiedsontwikkeling en de ervaringen van gebruikers bij elkaar komen.

Binnen het living lab kunnen inclusieve oplossingen worden toegepast, onderzocht en verder verbeterd. De inzichten uit het project kunnen vervolgens via het netwerk van de hub breder worden gedeeld en toegepast in andere buurten, wijken en gebiedsontwikkelingen.

 

 

Deel deze pagina:


Onafhankelijk en open platform

Onafhankelijk en open platform

Bij de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven vind je kennis, data en praktische oplossingen voor een gezonde stedelijke leefomgeving. Samen met overheden, kennisinstellingen, bedrijven én inwoners ontwikkelen we wetenschappelijk onderbouwde tools, concepten en projecten die bijdragen aan gezondere steden.

Lees meer
Volg ons op LinkedinVolg ons op YouTube