Hoe zorg je ervoor dat een nieuwe wijk niet alleen voldoende woningen biedt, maar ook bijdraagt aan gezondheid en welzijn? Die vraag stond centraal in een samenwerking tussen Heijmans, TNO en de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven. Samen ontwikkelden zij een werkwijze waarmee welzijn vanaf het begin een volwaardige plek krijgt in gebiedsontwikkeling. De aanpak werd onlangs getest in de gebiedsontwikkeling Beaugaard in Hellevoetsluis.
Gebiedsontwikkelingen hebben invloed op veel meer dan alleen de fysieke leefomgeving. De inrichting van een wijk bepaalt mede hoe gemakkelijk mensen elkaar ontmoeten, hoeveel zij bewegen, hoe verbonden zij zich voelen met hun omgeving en hoe gezond zij kunnen leven.
"Wij zien dat gebiedsontwikkelingen meer moeten opleveren dan alleen woningen," aldus Merlijn Hogenbirk, gebiedsontwikkelaar bij Heijmans. "Met de welzijnsaanpak willen we gezondheid, ontmoeting en lokale behoeften vanaf het begin meenemen in het ontwikkelproces."
Om maatschappelijke uitdagingen en kansen in een gebied kwalitatief en kwantitatief inzichtelijk te maken, ontwikkelde Heijmans de Veldgids ‘Wijk in het wild’ en samen met Clappform de Impactscan. Samen met TNO werkte Heijmans interventiekaarten uit waarmee passende maatregelen in een gebied en omgeving kunnen worden geselecteerd. De Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven ontwikkelde vervolgens een methode op basis van het Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN), waarmee partijen gezamenlijk kunnen bepalen welke interventies het beste aansluiten bij de uitdagingen in een gebied én hoe de effecten daarvan later kunnen worden gevolgd.
Beaugaard bleek een interessante locatie om de aanpak in de praktijk te testen. Het gebied biedt ruimte voor een nieuwe woonwijk, maar grenst tegelijkertijd aan bestaande buurten waar verschillende maatschappelijke uitdagingen spelen.
Dat maakte het mogelijk om niet alleen te kijken naar de behoeften van toekomstige bewoners, maar ook naar de vraag hoe een nieuwe ontwikkeling een positieve bijdrage kan leveren aan het welzijn van bewoners van de omliggende wijk.
Daarnaast was het voor Heijmans de eerste keer dat de Impactscan werd toegepast op een uitleglocatie (locatie die nog niet bewoond is) in plaats van een binnenstedelijke ontwikkeling (bewoonde locatie met bijv. armoede- en criminaliteitsproblemen).
De Impactscan maakt kwantitatieve data over bijvoorbeeld leefbaarheid, gezondheid en sociaaleconomische kenmerken inzichtelijk. Door dit te combineren met kwalitatief onderzoek zoals gesprekken met gemeenten, welzijnsorganisaties, bewoners en andere betrokken partijen ontstaat een breed beeld van kansen en uitdagingen in een gebied.
Voor Beaugaard kwamen de volgende belangrijke aandachtspunten naar voren:
· Mentale gezondheid onder jongeren.
· Overgewicht en bewegingsarmoede onder (huidige en nieuwe) bewoners.
· Leefbaarheid naastgelegen buurt en concentratie kwetsbare gezinnen.
· Doorstroming en woonvormen voor vitale ouderen.
· Gevoel van trots op Hellevoetsluis behouden en versterken.
Een belangrijke vraag is vervolgens: hoe vertaal je maatschappelijke opgaven naar concrete keuzes in een gebiedsontwikkeling?
Om die stap te ondersteunen ontwikkelde de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven een methode gebaseerd op het Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN). Waar de Impactscan inzicht geeft in wat er speelt in een gebied en de interventiekaarten mogelijke oplossingen aandragen, helpt het DIN om de verbinding te leggen tussen uitdagingen, doelen, interventies en gewenste effecten.
Tijdens de werksessies in Beaugaard werd samen met vertegenwoordigers van Heijmans, gemeente, maatschappelijke organisaties en de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven gewerkt aan een gedeeld beeld van de opgaven in het gebied. Vervolgens werd gezamenlijk bepaald welke welzijnsdoelen centraal staan, welke interventies hieraan kunnen bijdragen en welke resultaten worden verwacht.
Wat we in Beaugaard zagen, is dat het helpt om grotere en/of ‘zachte’ uitdagingen op te delen in kleinere doelstellingen. Zo wordt duidelijker welke oplossingen en acties passend zijn. Tegelijk zagen we dat oplossingen voor verschillende uitdagingen elkaar kunnen versterken. Denk bijvoorbeeld aan een sportplek in de wijk waar clinics worden georganiseerd. Die draagt niet alleen bij aan het tegengaan van bewegingsarmoede, maar ook aan het verminderen van eenzaamheid in de wijk.
Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar maatregelen in de fysieke omgeving (ook wel hardware genoemd), maar juist ook de organisatie van activiteiten, betrokkenheid van bewoners en het beheer (software en orgware)
Het DIN vormt daarnaast de basis voor monitoring en evaluatie. Hierdoor kunnen betrokken partijen later niet alleen terugkijken op wat er is uitgevoerd, maar ook onderzoeken of de gekozen interventies daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de gewenste maatschappelijke effecten. Dit kan zowel op de korte termijn: zijn de randvoorwaarden voor het slagen van de interventie gerealiseerd, als op de lange termijn: is het doel bereikt (bijv. eenzaamheid is afgenomen).
Opvallend daarbij was dat niet alleen werd gekeken naar fysieke ingrepen, maar ook naar activiteiten, beheer en samenwerking. Daarmee kwamen hardware, software en orgware nadrukkelijk samen.
Een van de belangrijkste opbrengsten van de aanpak was dat partijen vanuit verschillende perspectieven met elkaar in gesprek gingen.
Ontwikkelaars kijken vaak naar woningen, doelgroepen en ruimtelijke inrichting, terwijl welzijnsorganisaties vooral oog hebben voor bewoners, gezondheid en kwetsbare groepen. Door deze perspectieven vroegtijdig samen te brengen ontstond een rijker beeld van het gebied en van mogelijke oplossingen.
Dat leidde ook daadwerkelijk tot andere keuzes. Zo onderzoeken we in het stedenbouwkundig plan of het rechtvormige park kan worden aangepast zodat routes en bestemmingen kunnen worden gecreëerd (bijvoorbeeld een park in een ronde vorm) of iets dergelijks. Waar eerder werd gedacht aan een langgerekte groenstructuur, wordt nu onderzocht hoe een park kan worden ingericht met aantrekkelijke wandelroutes die beter aansluiten bij het dagelijkse gebruik door bewoners.
Voorzieningen zoals een huisarts, school en ontmoetingsfuncties waren al vroeg in beeld vanuit de gemeente. De betrokkenheid van het sociale domein hielp vooral om vanuit welzijnsperspectief mee te denken over de opzet en plek van deze voorzieningen in de wijk. Bijvoorbeeld: bundel je zorgfuncties op één plek of geef je ze een plek in de plint? Verspreid je voorzieningen over de wijk of concentreer je ze juist? En hoe kunnen verschillende interventies elkaar versterken?
De ervaringen in Beaugaard laten zien dat welzijn niet vanzelf ontstaat door alleen woningen of voorzieningen toe te voegen. Het vraagt om een integrale aanpak waarin het welzijn van toekomstige bewoners centraal staat.
De gekozen aanpak helpt om welzijn met de bijbehorende stakeholders al vroeg in het proces mee te nemen, een plek te geven in besluitvorming, om keuzes transparanter te maken en om de effecten van interventies op termijn beter te kunnen volgen. Een verrijking en aanvulling op de planvorming bij een gebiedsontwikkeling.
De praktijkervaringen in Beaugaard laten zien dat het mogelijk is om welzijn vroegtijdig en systematisch mee te nemen in gebiedsontwikkeling. Tegelijkertijd maken ze duidelijk dat dit vraagt om samenwerking tussen partijen die traditioneel niet altijd vanzelfsprekend met elkaar optrekken.
De ontwikkelde aanpak levert daarmee niet alleen inzichten op voor Beaugaard, maar draagt ook bij aan de verdere ontwikkeling van methoden om gezondheid en welzijn beter te verankeren in toekomstige gebiedsontwikkelingen.
Bij de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven vind je kennis, data en praktische oplossingen voor een gezonde stedelijke leefomgeving. Samen met overheden, kennisinstellingen, bedrijven én inwoners ontwikkelen we wetenschappelijk onderbouwde tools, concepten en projecten die bijdragen aan gezondere steden.
Lees meer